Lezing Jesaja 57:14-19

en

Lezing Matteus 9:9-13

Gemeente van onze Heer Jezus Christus, geliefde mensen,

Wie is die Matteus eigenlijk? Waarom gebruikt de evangelist (schrijversgroep) deze naam? Hij is het niet zelf, zo weet men. Het is een meer voorkomende naam natuurlijk. Ik denk dat hij wil dat iedereen zich in deze Matteus kan herkennen. Ieder mens. Hijzelf evenzogoed als u en ik.

Matteus was een tollenaar. De farizeeën konden niet met hem omgaan, dat was in strijd met de reinheidswetten. Dus leefde hij eenzaam zijn leven in die gelovige wereld om hem heen. Misschien vraag je je af waarom hij dan zo stom was om tollenaar te worden. Waarom hij zich niet een beetje aanpaste aan de eisen en wensen van de wereld om hem heen. Een terechte vraag.

Maar Jezus vraag hem dat niet. Jezus nodigt hem uit om mee te gaan en bij hem aan tafel thuis te komen. Nog voor Matteus hem iets kon vragen, riep Jezus hem aan tafel. Een tafel waar plaats is voor iedereen.

Matteus was zoals iemand die ik pas sprak. Ze liep al jaren op de toppen van haar tenen. Hard werken om alles voor elkaar krijgen, zware studie, bijbaan, sociaal leven, luckygirlsyndrome, daarna een goede baan, want dat wordt van je verwacht. En ineens was het teveel . Alles leek in te storten. Niks voelde meer bevredigend of relevant. Haar vrienden leefden mee, natuurlijk. Ze belden af en toe. En ze kreeg een foto als ze gingen stappen. Zij kon niet mee, het lukte haar niet. ‘We gaan het nog een keer doen als je weer beter bent hoor’ zeiden haar vriendinnen. Lief bedoeld, maar zij hoorde alleen dat ze nu niet goed genoeg was. Ze moest beter worden. Weer mee kunnen in het snelle bestaan, hoppend van het een naar het ander, zoals de wereld dat verwachte. Zoals iedereen dat doet.

Matteus is ook als de mens die was geboren en opgegroeid als jongen. Met auto’s gespeeld en de haren van de barbie van zijn zus geknipt, gewoon, zoals jongens doen. Maar toen hij in de puberteit kwam, werd het lastiger. Hij begon ernaar te verlangen een vrouw te zijn. Eerst dacht hij dat hij homo was, maar dat was het niet. Hij wilde écht vrouw zijn. Het was zo moeilijk uit te leggen. Zijn vader vond het belachelijk. Hij was toch duidelijk… (kijk naar kruis) een jongen? Zijn moeder probeerde het te begrijpen, maar vond het enorm ingewikkeld. Was het geen mode-ding? Je hoorde het zoveel tegenwoordig? Iedereen was wel eens even de weg kwijt. Het zou vast wel weer goed komen als hij lekker met zijn vrienden zou gaan stappen.

Het is natuurlijk ook lastig, als iemand niet in je veilige wereld past. Als iemand ánders is dan de meeste mensen en zeker ook anders dan jij. Wat moet je daarvan vinden?

Jezus roept Matteus bij zich aan tafel, om daar thuis te zijn.

Want in de wereld waarin wij leven is het lastig om je thuis te voelen. De wereld van snel en veel, luchtig, vluchtig, niet te diep – daarin kun je jezelf zomaar verliezen. Als je het gewoon niet bijhoudt allemaal. Als je niet toe komt aan je diepste verlangens. Als je geen tijd hebt om bezig te zijn met je levensvragen. Dan raak je in alle snelheid de bodem onder je voeten kwijt. En voel je je een mislukkeling want ergens zijn we gaan geloven dat we zelf verantwoordelijk zijn voor ons leven. Je kunt je succes en geluk bouwen door goede keuzes te maken. En lukt je dat niet, tja, dan is dat natuurlijk je eigen schuld.

Hoe kun je je thuisvoelen met zoveel druk?

Hoe kun je je thuisvoelen als mensen altijd een oordeel of een mening over je hebben. Ik vind dat wel kunnen, ik vind dat niet kunnen. Dat is best bijzonder.

Jezus roept een mens uit die wereld vol meningen en oordelen en eisen en nodigt hem uit bij zich thuis. Kom maar bij mij, hier mag je thuis zijn, gewoon zoals je bent. Geen eisen, geen meningen, alleen een thuis om jezelf te kunnen zijn.

De farizeers denken er het hunne van. Zoveel intimiteit gelijk. Je huis openstellen voor iemand die duidelijk anders is dan ‘normaal’. Voor iemand die niet goed leeft… Ze vragen de leerlingen waarom ‘hun’ meester met tollenaars en zondaars eet. Ze willen er niks mee te maken hebben, formuleren hun vraag afstandelijk en vragen het niet aan Jezus zelf. Die afstand hebben ze nodig om zich een oordeel te kunnen vormen, te bepalen of het wel of niet goed is, wat hier gebeurt.

Maar Jezus spreekt ze direct aan. Hij geeft ze geen kans om afstand te houden. “Gezonde mensen hebben geen dokter nodig” zegt hij.

Maar wie is gezond?

Zijn de farizeers gezond, met hun angstvallige vasthouden aan wetten en regels? Alles doen ze om God tevreden te stellen. Ze offeren een goed deel van hun oogst, ze gaan naar de tempel, bidden regelmatig, baden het kalf niet

In de lezing uit Jesaja lazen we hoe God belooft dat hij genezing zal brengen. En ook bij Matteus lazen we over genezing. Wat lazen we daar? Gezonde mensen hebben geen dokter nodig, maar zieken wel.

Wie is eigenlijk gezond en wie is ziek? De farizeeërs denken dat ze gezond zijn. Zij houden zich keurig aan alle wetten en regels en denken daardoor een goed religieus leven te leven. Niet zo gek. Elke samenleving heeft regels om de boel te organiseren. Zonder die regels zou het chaos worden. En daarnaast is er een hele set ongeschreven regels waar we ons nauwelijks van bewust zijn.

Zo is er de regel dat als iemand vraagt hoe het met je gaat, dat je dan niet je hele doopceel gaat lichten, maar iets antwoord als ‘goed hoor’, of ‘ja, druk he’. Als er wat meer tijd en interesse is, vertel je misschien wat medische gegevens. ‘ik merk dat ik een dagje ouder wordt’ of ‘beetje last van stress’ of ‘ik ga moeilijker lopen, de laatste tijd’. Zelden komt het er ook van dat we ons écht afvragen hoe het gaat. Met de ander of met jezelf. Van ons lijf weten we wel ongeveer hoe het gaat, maar psychisch of sociaal is dat veel moeilijker. Ben je eigenlijk gelukkig? Ben je mentaal gezond? Heb je een goed sociaal netwerk? Heb je een goede verdeling in aandacht voor anderen en voor jezelf? Verweg en dichtbij? Help… zo diepgravend, daar heb je eigenlijk geen tijd voor, want de andere ongeschreven regel is dat je het wel drúk moet hebben. Als iemand je vraagt wat je gaat doen, of je socials vragen om een foto van wat je aan het doen bent, kun je toch moeilijk zeggen ‘niks’. We plannen onze dagen vol met activiteiten, contacten, zaken die we denken dat we moeten doen. Zelfs ontspannen, chillaxen, is een activiteit geworden die ingepland moet. Tijd voor helemaal niks, tijd om te fantaseren, tijd om te lummelen, tijd om nog even niet te weten wat je gaat doen is ontzettend nodig. Want in die tijd komt ook ruimte voor diepere vragen, over wie je bent en waarom je bestaat. En zo komt er ruimte voor niet te plannen ervaringen van geluk.

We zijn verdwaald geraakt in ons bestaan. We geloven oprecht dat we ons leven vorm kunnen geven zoals we willen. Als we maar hard genoeg leren en werken, gezond en fit blijven, onze sociale contacten bijhouden – dan doen we het goed. En wie dat niet kan of wil, die is een beetje raar.

Maar ieder ander mens wel. Let dus op de mensen die worstelen. Mensen met twijfels, tekortkomingen. Let op elkaar. Daar moet je er voor zijn. Dat is barmhartigheid. En nee, dat is geen offer. Geen heilige plicht die je met veel zuchten en steunen vervult. Nee, het is een levenshouding die vreugde geeft. Waar je van mag genieten.

Jezus vervult de wet van de profeten. Hij verspreidt gerechtigheid over heel de aarde. En nodigt ieder mens uit bij zich aan tafel.

Wij vieren vandaag helaas geen avondmaal. Wel heb ik hartjes meegenomen om te delen als mensen met gebreken, die allemaal welkom zijn aan Gods tafel.

Maar hou een plaats naast je open. Zodat je anderen kunt uitnodigen om aan te sluiten. Zó kunnen we rechtvaardigheid doen en geluk verspreiden. God zal vol vreugde naar ons en allen omzien.

Amen