Uit de bundel ‘Onderweg’, Marien (M.A.) Geuze

Onderstaand twee gedichten van zijn vader, uitgesproken op 2 april 2026 door Ricus Geuze, tijdens de officiële opening van de kunstexpositie Lijden|Troost|Hoop. Zijn vader schreef ze zomer ‘73, een jaar na het (veel te vroege) overlijden van Ricus’ Moeder.

Het beeld vervaagt, als was het niet geweest soms tast mijn hand nog 
naar haar leest doch vindt slechts leegte en duisternis haar beeld 
vervaagt, maar niet haar geest.
Niet haar geest, die naar de schijn verborgen toch leiding geeft en 
voortgaat met te zorgen die stuurman is en metgezel de licht’ en 
donk’re uren door tot aan de morgen.

Haar geest die recht was en onwrikbaar in geloof voor niemand’s echte 
noden doof, mijn weg verlichtend bij mijn ouder worden, een schat, 
die niemand mij ontrooft.

En het tweede gedicht uit diezelfde bundel:

Ik ben je nog schuldig ook dood te gaan
en dan weer naast je te staan.
Mijn herinnering ziet je, deur in de hand
en met de glimlach van dat ander land,
vraag je: moet je nog werken of ben je vrij
en ga je dan mee naar boven met mij?