Woord van Leven, september 2026

“Liefde berokkent de naaste geen kwaad, dus de wet vindt zijn vervulling in de liefde.”

Romeinen 13:10

Kun je iemand bevelen om lief te hebben? Als we liefde opvatten als een gevoel, is dat natuurlijk niet mogelijk! Maar als we de liefde zien als een gave van God, dan wordt het anders.

Paulus beschrijft in de brief aan de Romeinen de relatie tussen wet en liefde. Hij stelt dat de liefde de volledige vervulling is van de wet.  In zijn brief beschrijft Paulus ook wat de oorsprong van deze liefde is: die ligt bij God. “God bewijst ons zijn liefde, doordat Christus voor ons gestorven is toen wij nog zondaars waren” (Rom. 5:8). Ook in de eerste brief van Johannes staat: “Het wezenlijke van de liefde  is niet dat wij God hebben liefgehad, maar dat Hij ons heeft liefgehad en zijn Zoon heeft gezonden om verzoening te brengen voor onze zonden” (1 Joh. 4:10).

“Liefde berokkent de naaste geen kwaad, dus de wet vindt zijn  vervulling in de liefde.”

Niemand van ons kan geven wat hij niet heeft. Augustinus had dit begrepen toen hij zich tot God richtte met de woorden: “Geef wat U van ons vraagt, en vraag ons wat U wilt.”[1] De kerkvader vraagt God de liefde, om vervolgens te kunnen liefhebben overal waar Hij dat van ons wil.

Wij hebben de onschatbare gave van Gods liefde ontvangen en we zijn geroepen die niet voor onszelf te houden, maar te laten circuleren. Als ontvangers van Gods liefde kunnen we een bron van liefde worden. Als geliefden worden wij geroepen om zelf lief te hebben. En waar liefde is, is het leven van de Drie-eenheid. Zo nemen we deel aan het leven van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest: de Liefhebbende, de Geliefde en de Liefde.

We hebben volgens Paulus geen andere schuld tegenover wie dan ook dan deze wederzijdse liefde. Want “wie de ander liefheeft, heeft de wet vervuld.”[2]

“Liefde berokkent de naaste geen kwaad, dus de wet vindt zijn  vervulling in
de liefde.”

“Ware naastenliefde – zegt Chiara Lubich – doet geen enkel kwaad. Zij brengt ons ertoe alle geboden van God te beleven, zonder uitzondering. Gods geboden behoeden ons ervoor in welke vorm van kwaad dan ook te vervallen, tegenover onszelf en tegenover onze broers en zussen.”[3] Zo begrepen worden de geboden meer een gave van Gods liefde, dan een verplichting: ze beperken ons niet, maar bevrijden ons.

“Liefde berokkent de naaste geen kwaad, dus de wet vindt zijn  vervulling in
de liefde.”  

Om tot deze ‘volledige vervulling’ te komen, is de eerste stap in de naastenliefde hem of haar geen kwaad te doen. Maar vervolgens moeten we ook creatief worden in de liefde. Paus Franciscus zei: “Het is niet genoeg de naaste geen kwaad te doen,  we moeten ervoor kiezen het goede te doen; dat doen we door alle kansen te benutten waardoor we laten zien dat wij leerlingen zijn van Jezus.”[4]

Hoe kunnen we dit Woord van leven in praktijk brengen? Door de liefde centraal te stellen in ons leven. Laten we de anderen concreet liefhebben zoals Jezus hen zou liefhebben: Hij is de volheid van de liefde die volledig aan God en aan de mensheid is gegeven. Van Hem leren wij de maat van de liefde.

“Liefde berokkent de naaste geen kwaad, dus de wet vindt zijn  vervulling in
de liefde.”

Doris, een jonge vrouw uit Schotland, vertelt: “Tijdens onze bezoeken aan een opvang voor daklozen kom ik in een wereld die heel anders is dan de mijne. Ik weet dat het niet van belang is wat ik voel, het komt eropaan dat ik liefheb. Op een dag vertrouwde een man met een heel droevig gezicht mij toe dat hij een einde aan zijn leven wilde maken. Ik ben gewoon naar hem gaan luisteren; daarna aten we samen een broodje en dronken een kop koffie. Ik begreep dat luisteren en aanwezig zijn al een manier is om liefde te tonen. Toen het tijd was om te vertrekken, omhelsde hij me en glimlachte. Hij zei dat wat wij deden heel belangrijk was, niet alleen voor hem maar voor iedereen daar. Ik heb de ongelooflijke kracht van de liefde gevoeld. Zijn dankbaarheid vervulde me met vreugde.”

Claudio Cianfaglione en het team van het Woord van leven


[1] Augustinus, Belijdenissen, 10, 29,40.

[2] Rom.13:8.

[3] Chiara Lubich, Woord van leven van september 1993.

[4] Paus Franciscus, Algemene Audiëntie, 3 januari 2018.