Tussen beleid en barmhartigheid
Engelen, 8 februari 2026, Marianne van der Sloot
- Het verhaal van Ruth is een verhaal van nu
Broeders en Zusters,
Zojuist hoorden we het verhaal van Ruth. Een verhaal dat verrassend actueel is. Ruth is een vrouw uit een ver land. Een land dat niet goed bekendstaat. Zij trekt samen met haar schoonmoeder Naomi naar een plek van hoop, van de Heer. Dat is zonder twijfel een zware reis geweest. Vol onzekerheid, zeker voor twee vrouwen alleen. Het is een reis die ze aangingen vanuit het geloof dat het in het vreemde land alleen maar beter zou zijn. Beter dan dat het was. Maar makkelijk, nee dat was het niet.
Want Ruth was een jonge weduwe. Een kwetsbare positie in die tijd. Ruth wilde het goede doen. Namelijk voedsel verzamelen voor haar oude schoonmoeder. En ze ging ‘aren lezen’. Dat is in Israël een eeuwenoud recht van de armen. Na het oogstjaar kregen zij toestemming om op de akker het achtergebleven voedsel te verzamelen. Een vorm van sociale zekerheid.
Het verhaal van Ruth van vandaag is een verhaal van geloof en hoop. Van kwetsbaarheid en moed. En over hoe we met elkaar omgaan. Voor mij is het is vooral een verhaal over Barmhartigheid. Van Boaz. Die zijn hand niet had hóeven uitsteken naar Ruth, maar ervoor kiest dat toch te doen. Laten we het daar over hebben, in de context van toen én van nu.
- Waarom barmhartigheid mij persoonlijk raakt
Maar voordat we dat doen, wil ik stilstaan bij waarom het thema barmhartigheid voor mij zo belangrijk is. Niet in de functie van wethouder, of vanuit de gemeente. Maar waarom het mij als persoon raakt.
Dat begint bij mijn achternaam, die is ‘Van der Sloot’ en dat heeft een reden. Enkele generaties terug werd er een jongetje geboren bij een moeder in Brabant. In een moeilijke situatie. De moeder was weduwe. De vader van het kind was onbekend.
Dit kind mocht er, in die tijd en die situatie, eigenlijk niet zijn. Want het was ongepast en zeker ongewenst in de maatschappij van toen dat een alleenstaande weduwe in verwachting was.
Voor dit kind was er geen plek.
Kort na de geboorte werd het pasgeboren kind buiten achtergelaten in een SLOOT, met bladeren over zich heen. Hij was bedoeld om daar te sterven….
Gelukkig huilde hij luid, en werd gevonden door een voorbijganger, die zich over hem ontfermde. Het kindje werd geadopteerd door een klompenmaker. Hij werd gedoopt en kreeg de naam Petrus… van der Sloot.
Mijn stamvader.
Dat is het verhaal van onze familie, het verhaal van mijn familie. En ik merk dat sinds ik zelf kinderen heb, het verhaal me nog meer raakt. Keer op keer. Over de kwetsbaarheid van een pasgeboren kind. Een harde samenleving. Een donker lot. En de kracht van één daad van barmhartigheid van een onbekende voorbijganger. Die heeft een groot verschil gemaakt in het leven van één kind. …En van alle generaties daarna.
Want zonder de goede daad van toen, had ik hier vandaag niet gestaan.
- De impact van één
Dat is misschien wel de reden dat Barmhartigheid voor mij zo dichtbij komt.
En dat geldt ook voor het verhaal van Ruth en Boaz van zoveel generaties daarvoor. Ruth was kwetsbaar, dat wist ze ook. Zonder Boaz had Ruth als vreemdelinge uit een ver land in een vreemde omgeving een heel ander leven gehad.
Maar Boaz zag Ruth. Niet als vreemdeling. Niet als probleem. Maar als mens.
Hij reikt haar de hand en vraagt zijn mannen dat ook te doen.
Barmhartigheid heeft zo een verstrekkende impact, zelfs over generaties heen. Dat het goed doen in het leven van één, direct gevolg kan hebben in het leven van een ander.
Dat is ook iets wat mij drijft. En zeer toepasbaar is op mijn werk als wethouder van armoede en schulden en de sociale structuur. Want als gemeente kunnen we mensen vooruithelpen, soms voor een groot deel, soms voor een stukje. Wetende dat ook de kleine dingen, grote impact kunnen hebben.
Maar barmhartigheid is iets wat niet bestaat door beleid van een overheid. Het vraagt iets van mensen. Het vraagt om de ander op één te zetten, niet jezelf. De grootsheid om het niet over IK te hebben, maar over WIJ.
- Barmhartigheid anno nu
En dat zijn allemaal mooie woorden. Waar je niet tegen kan zijn. Maar soms vraag ik me af of Barmhartigheid nog wel bestaat, zijn we nog wel menselijk in deze woelige wereld?
Als je de radio aanzet, de krant openslaat of het zoveelste nieuwsbericht op je telefoon krijgt, lijkt het WIJ zover weg.
Want we leven in een wereld
- Waarin hard schreeuwen effect lijkt te hebben.
- De verschillen tussen arm en rijk groter worden
- En er een stijgend aantal mensen eenzaam is
—-
Afgelopen maandag had ik als wethouder een groep mensen aan tafel. Dat doe ik regelmatig om het gesprek te voeren, en te horen hoe het staat met onze stad. Een van de grootste gespreksonderwerpen was de verloedering van de maatschappij.
Die begon bij de fatbikes. Als een symbool van onbeschoftheid en verharding op straat. Over jonge generaties met weinig perspectief en een negatief imago. En de behoefte aan hard aanpakken.
En het gesprek ging verder.
- Over het grote aantal jongeren met burn-outs en mentale problemen. Omdat er tegenwoordig zoveel nadruk is op het individu en persoonlijk succes.
- We spraken over buren die elkaar niet kennen, niet eens groeten.
- Een bestuurder van een sportvereniging vertelde dat hij geen nieuwe leden binnenkrijgt, maar consumenten. Kinderen die door hun ouders op zaterdag bij de club worden afgezet, bij wijze van kinderopvang. Want daar is voor betaald. Zonder gevoel voor de vereniging of de gezamenlijke verantwoordelijkheid.
Waarschijnlijk ook, hoorde ik met een zucht, omdat deze generatie ouders ook zélf niet weet wat een ledenvereniging is. Daarop kon ik alleen maar bevestigend op knikken. Want die effecten zijn er ook, ook hier:
- 7% van onze inwoners in ’s-Hertogenbosch heeft het gevoel niet mee te tellen in onze samenleving.
- 35% van de inwoners van Engelen vindt dat de mensen uit de buurt elkaar nauwelijks kennen (dat vinden we overigens een positief punt, in de stad is dat 45%)
- 21% van de inwoners van Engelen voelt zich wel eens alleen of eenzaam. 21%
—-
Dat zijn cijfers die er niet om liegen. Maar ook voor een stuk te verklaren zijn.
Want een groot deel van onze samenleving, is opgegroeid in een wereld vol van individualisme. Waar je alles kan bereiken, als je daar zelf voor gaat. Het gaat over ik, over míjn eigen positie, míjn succes.
En als iedereen dat doet en het beste uit zichzelf kan halen, dan komt een samenleving vooruit.
Een levenswijze die voortkomt uit welvaart en vrijheid, uit de ruimte die mensen krijgen om hun eigen leven vorm te geven. Dat heeft ons veel gebracht, jarenlang.
Maar door het individualisme worden wel twee zaken vergeten.
En dat heeft impact na tientallen jaren. Want het werkt door bij bij de mensen die kwetsbaar zijn en niet ‘het beste uit zichzelf kunnen halen’ en het verwaarloost dat wat je samen hebt met elkaar. Het collectief. De gemeenschap.
Dat is de negatieve kant van individualisme.
Daar waar het begon als bevrijding, is voor het velen ook een zware opgave geworden.
Want vrijheid zonder verbondenheid, kan zwaar zijn om alleen te kunnen dragen.
—-
In zo’n samenleving lijkt de barmhartigheid van Boaz toch ver weg. En dat werkt ook door in ons beleid en in mijn dagelijks werk als wethouder – waar ik de verantwoordelijkheid heb om de wet te houden.
Want dat wat in de samenleving speelt, komt terug in de politiek en in de wetgeving en viceversa. Zoals ook in de Participatiewet waar ik als wethouder verantwoordelijk voor ben. Dat is de wet met de regels over bijstandsuitkeringen, het begeleiden naar werk, re-integratie. Deze wet van 10 jaar geleden ademt de geest van toen. Nederland gold in deze periode als een van de meest individualistische landen van de wereld. Het debat ging toen vaak over de ‘Dikke IK’’. …. Fraudepreventie en strikte handhaving hadden toen grote prioriteit in politiek Den Haag.
Dat zien we nu ook nog terug op andere dossiers. Want dezelfde geest leidde bij de Belastingdienst tot de toeslagenaffaire.
De Participatiewet had haar eigen affaire. Waarbij een vrouw gekort werd op haar uitkering omdat ze wekelijks een tas boodschappen van haar ouders kreeg.
Dat werd een soort omslag in denken. In de politiek en uitvoering.
Want waren we met zijn allen, niet te ver doorgeslagen?
—-
- Zien we dan enkel hardvochtigheid?
Afgelopen december, de week voor kerst, sprak ik met een journalist van Trouw over de aanpassingen op de Participatiewet. Vanuit mijn rol in het bestuur van de VNG en hoofdonderhandelaar vanuit gemeenten met de minister en staatssecretaris van Sociale Zaken.
Want de boodschappenaffaire was de aanleiding het stelsel anders te gaan inrichten.
En dat is ook nodig. We spraken over controle en vertrouwen.
- Daar waar we in de gemeente werken met kwetsbare mensen. En ervoor kiezen hen vooruit te helpen. Legt de wet prioriteit bij bewijs en controle.
- Waar ambtenaren moeten bepalen of de situatie van een inwoner wel schrijnend genoeg is. Want stel je voor dat een arm iemand ten onrechte iets krijgt
- En daar waar wij in de gemeente willen werken uit waardigheid. Moeten mensen continue laten zien dat ze een laag inkomen hebben het écht niet kunnen betalen.
Menselijkheid was ook geen uitgangspunt van de wet, en dat was te merken:
Want wat als je mantelzorger bent voor je vader en hij gaat zo achteruit dat hij je 24 uur per dag nodig heeft. Trek je dan bij hem in?
Voor iemand in de bijstand is dat nogal een beslissing. Samenwonen, zegt de oude Participatiewet, betekent korten of zelfs stopzetten van de uitkering. Eigenlijk een soort barmhartigheidsboete zo u wil.
Dan vormt de wet een blokkade voor een ontwikkeling, de weg waar de maatschappij juist heen wil: dat mensen voor elkaar zorgen. En het verhindert dat iemand kan doen wat een mens gewoon wil doen: je vader helpen, zonder bang te zijn.
En dat kan nu. De wet is aangepast. Met meer maatwerk, vertrouwen, en het zien van de mens. De Participatiewet is daarmee letterlijk meer in balans gekomen. De mantelzorger kan gewoon voor vader zorgen. Omdat dat óók is wat we willen.
—-
Zijn we weer terug? Is dit een teken dat barmhartigheid weer grond krijgt in onze samenleving?
- Zien wat onzichtbaar is
Ja en nee. Het is soms ook een kwestie van perspectief. Van het zien wat onzichtbaar is. Van het voelen van een beweging.
En om eerlijk te zijn, ik ben Katholiek en zie het glas graag halfvol. En daar is alle reden toe, die cijfers zijn er ook, want:
- 40% van onze inwoners geeft hulp aan hun buurtbewoners, hier in Engelen zelfs 43%.
- 38% van de Bosschenaren doet aan vrijwilligerswerk.
- En 70% vindt dat mensen in hun buurt goed met elkaar omgaan.
En ik zie hier in Engelen als jullie wethouder betrokken bij de Bestuursraad, een overvloed aan kracht en initiatieven die niet het IK, maar WIJ laten zien.
- Ik denk aan ODE – de samenkracht om een buurthuis te bouwen in de kerk.
- FC Engelen waar mensen die een afstand hebben tot de arbeidsmarkt volwaardig deel zijn van de club.
- De Engelenrun die als ‘tegenprestatie’ bomen planten voor vergroening. En de lokale supermarktondernemer die helpt en het mogelijk maakt.
- Of Caro en Thuis23 met een thuiskamer in haar eigen huis waar iedereen elkaar kan ontmoeten en zichzelf kan zijn.
En denk eens aan Serious Request. Het is nog maar een paar weken geleden. Waar we samen 18,5 miljoen euro ophaalden voor én met kinderen zoals Sienna, die we hier goed kennen.
Daar krijg ik nog kippenvel van als ik er aan denk.
In een pessimistische wereld is het soms verleidelijk om het goede uit het oog te verliezen. Om cynisch te worden. Enkel de cijfers en de krantenkoppen te zien. En je daarin te verliezen. Maar ik, en ik denk u ook, weet stiekem beter.
Want je voelt, en ziet, als je goed kijkt de vlam van barmhartigheid nog steeds even fel branden. Binnenin. En daarin kunnen de kleinste dingen, zorgen voor grote veranderingen.
Niet alleen hier, in Engelen en in het Bossche, maar gelukkig ook in Den Haag. Strakke wetten worden langzaam losser en aandacht voor de gemeenschap en het WIJ keren terug. En als gemeente vragen we vol vertrouwen: wat kan wèl? Alsof we tijdelijk een verkeerde weg zijn ingelopen, verdwaald zijn geraakt.
Er is wèl ruimte tussen beleid en barmhartigheid
—-
- Het is nooit weggeweest
En als we zo kijken bouwen we aan de nieuwe samenleving. Voor onze kinderen en kleinkinderen. In een goede gemeenschap, in wederkerigheid, waarin iedereen bijdraagt naar vermogen.
Als we zo kijken, is er in al die jaren in de wereld veel veranderd, maar niet in ons menszijn.
Ik geloof dat Boaz, Naomi en Ruth, net als de vreemdeling bij het pasgeboren kind in de Sloot ons vreemd zouden aankijken als wij zouden zeggen dat ze iets bijzonders doen. Zij leven barmhartig. Zij tonen ons de kracht, op hoop, op nieuw leven, op een nieuw begin.
Barmhartigheid? Het is nooit weggeweest. Het is nooit – echt – weggeweest. Ondanks die roep om individualisering, ondanks de tegenkrachten, ondanks onzekerheid en verandering. Het is er gewoon, binnenin ons allemaal.
En dat betekent ook dat we een opdracht hebben. Om mensen mee te nemen in het goede. Te laten zien wat de kracht is van barmhartigheid, zelfs over generaties heen. Waarbij veel kleine dingen, ook één grote beweging zijn. En dat we daar zelf verschil in kunnen maken, ook als het stormt en het donker is. Door barmhartigheid, versterken we de beweging van IK naar WIJ. Net als Boaz en Ruth.
Te beginnen op onze eigen akker.
AMEN