Verkiezingen, kerkblad september 2012

Er zijn een paar dingen die je als dominee heel goed moet weten voor je met je werk begint. Ik zal ze niet voor u opsommen, het gaat me nu om de scheiding tussen kerk en staat. Als dominee zeg je niets over de verkiezingen, als het gaat om de partijen. En ook is het niet verstandig om dingen te zeggen die lijken op het standpunt van een specifieke politieke partij.

Zoals de politiek zich niet bemoeit met zaken die binnenkerkelijk spelen.

Tijdens mijn opleiding was professor Kuitert nog gezaghebbend; hij hielp de kerk met het nog steeds waardevolle boek “Alles is politiek, maar politiek is niet alles”. Ach ja, de ouderen onder ons weten dat misschien nog. Na het slagveld in de kerk bij de standpuntbepaling over kernwapens, was zo’n boek hard nodig. Wonderlijk genoeg is het spreken van de kerk daarna omgeslagen in een veelal zwijgen.

Heel anders ontwikkelt zich de wijze waarop de politiek zich over de kerk uitspreekt. Steeds vaker zijn binnenkerkelijke aangelegenheden onderwerp van politieke discussie. En ook de rechter lijkt de grens te verleggen van het gebied dat lang als kerkelijk domein werd beschouwd. En soms zeer terecht, als de kerk zich niet houdt aan de wetten van ons land.

De scheiding tussen kerk en staat is heilig. Daar is iedereen het over eens. Alleen lijkt er steeds meer misverstand te ontstaan waar de grens van deze scheiding ligt. Een mooi voorbeeld is het onderhouden van kerkgebouwen die in eigendom bij de kerk zijn, maar tegelijk worden gezien als belangrijk nationaal erfgoed. Het is in het algemeen belang wanneer dit erfgoed bewaard blijft en om die reden is er daarvoor ook overheidsgeld beschikbaar.

Kerkgebouwen die eigendom zijn van een kerkgemeente worden steeds vaker ook voor andere doelen gebruikt. Onze kerk in Engelen is sinds kort door de gemeente Den Bosch erkend als trouwlocatie. Met daarbij wel als voorwaarde dat de huwelijksplechtigheid en een kerkelijke zegening niet in elkaar mogen overlopen. Zij mogen overduidelijk niet samenvallen. Een scheiding tussen kerk en staat die ook door ons gewenst wordt.

Vooral wijkkerken worden al lange tijd gebruikt als stemlokaal tijdens verkiezingen. Natuurlijk gebeurt dit niet in een monumentale kathedraal naast het altaar in het midden van de kerkruimte, maar in een zaaltje dat als stemlokaal wordt ingericht. Zoals dat ook in scholen en andere semi-openbare ruimten gebeurt.

Maar in Den Haag heeft de politiek de scheiding tussen kerk en staat opnieuw uitgelegd. Voor alle duidelijkheid: de gemeente Den Haag. Het kerkgebouw is geen openbare ruimte, maar behoort tot het kerkelijke domein. En daarom is het vanzelfsprekend onmogelijk dat nevenruimten in die kerk als stemlokaal dienst kunnen doen. Het lijkt zo vanzelfsprekend, dat het bijna niet opvalt.

Toch wordt er in Den Haag een totaal nieuwe exegese gegeven van de teksten over de scheiding tussen kerk en staat. Die was ooit bedoeld om te voorkomen dat zij op onterechte wijze in elkaars competentie zouden treden. Er zijn maar weinig landen waar deze scheiding al eeuwenlang zo zorgvuldig in de gaten wordt gehouden. En juist op het moment dat de invloed van de kerk tanende is, vormt het stembureau in het kerkgebouw een bedreiging voor de afwegingsvrijheid van de stemmer.

Mij bekruipt het onaangename gevoel dat in Den Haag een nieuwe stap word gezet om de scheiding tussen kerk en staat op te heffen: een poging om de kerk uit de openbare ruimte te verdrijven. Geen scheiding op grond van gelijkwaardigheid van competenties, maar het stimuleren van de marginalisering van de kerk.

Het lijkt mij nu een uitdaging om te volgen hoe consequent Den Haag is in deze bescherming van de burger voor ongewenste kerkelijk invloed. Dan zou vanaf nu de Grote Kerk in Den Haag niet meer gebruikt moeten worden voor gemeentelijke, of gemeentelijk gefinancierde activiteiten. Want hoewel deze niet langer kerkelijk bezit is, voelt die ruimte wel heel erg kerkelijk aan. Dat zou de burger op gedachten kunnen brengen die de grens van de scheiding tussen kerk en staat overschrijdt. Ik ben benieuwd.

Er blijft één argument over als het gaat om een zorgvuldige scheiding: het ongemak bij het betreden van een ruimte die voor sommigen waarde heeft als plaats waar zij hun geloof in vrijheid kunnen belijden. Zou ik mij als burger in mijn rechten beperkt voelen als ik mijn stem zou moeten uitbrengen in een nevenzaal van een gebouw in het bezit van een geloofsgemeenschap? Eerlijk gezegd zou ik het wel leuk vinden. Stel dat ik in Den Haag zou wonen en mijn stembureau was in de moskee. Dan zie ik die ook (weer) eens van binnen. En wie dat – om welke reden ook – niet op kan brengen, kan naar een bureau verderop of een stembureau van zijn of haar voorkeur. Dat zou een heel ander signaal zijn uit Den Haag.

 

ds. Roel Knijff